Deze website maakt gebruikt van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Klik op "OK" om cookies te accepteren, of op "Weigeren" om de cookies te weigeren.
login
european commission
Susanne

EEN BOZE KLEUTER IN DE BOUWHOEK

‘Blijf staan of ik eet je op als een magnum!’ roept hij boos naar de blokken, terwijl hij voorzichtig een driehoekig blokje als een dak op de kasteelmuur plaatst.

Het blokje blijft liggen. Geconcentreerd zet hij de andere blokjes uit zijn hand één voor één op de muren van zijn zelfgebouwde kasteel. In plaats van een garage te bouwen voor de bus - de eigenlijke opdracht – maakt hij een kasteel, maar ik ben al lang blij dat hij zo gemotiveerd aan het bouwen is. Het begin was namelijk best even moeilijk voor deze temperamentvolle kleuter. Na ruzie om de blokken en de auto’s – ‘deze had ik als eerste, deze zijn allemaal van mij!’ – verzucht hij dat hij echt helemaal niets kan bouwen. Als ik opper om het samen te doen, krijg ik als antwoord: ‘nee, ik wil het alleen leren’. Ik laat hem dan maar even met rust en richt me op de andere kinderen in de bouwhoek. Hierop reageert hij al snel verontwaardigd: ‘je praat helemaal niet met mij, je helpt alleen die meisjes!’. 

Ach, denk ik dan, wat wil dit jongetje het graag zelf kunnen en wat is hij onzeker. Het is best lastig als je hulp van de juf stom vindt, maar geen hulp van de juf misschien wel nóg stommer. Ik pak de houten kasteelmuren en laat zien dat je daarmee sneller iets kunt bouwen. Dit spreekt hem wel aan. Hij verzamelt alle kasteelmuren en begint dan driftig aan zijn kasteel. ‘Ik ga álle blokken gebruiken!’ – zijn wangen kleuren rood van het harde werken.

Als hij zich omdraait om nog meer blokjes te pakken, stoot hij met zijn knie de muur van het kasteel omver. Dit is al de derde keer dat een deel van zijn kasteel instort. Gefrustreerd gooit hij een blokje op de grond. ‘Wat is er?’ vraag ik hem rustig – alsof ik niet zag wat er gebeurde.

‘Dit stomme gebouw is stuk!’

‘Ja, ik zie het joh. En hoe voel jij je dan?’

‘Vréselijk!’, antwoordt hij met een boos koppie.

Ik moet een glimlach onderdrukken. ‘Nou, dat ìs ook heel stom, dat het steeds omvalt, hè?’

‘Ja, dat is NIET leuk!’

‘Gelukkig kunnen we het weer repareren, zal ik je helpen? Dan haal ik de blokken eruit en zet jij ze er weer op’.

Ik zie zijn gezichtje ontspannen. Hij is gehoord en gezien door de juf – hij kan weer even verder.


Terug